Plek voor ideemakers

Bureau

Merkmakers & campagnebouwers

Plek

flex- & vergaderplekken

Café

koffie & boterhammen

We -hartje- print


Jazeker, wij houden van print. Daar, het is eruit. Print – we leggen het de jonge lezers even uit – is de term voor papier waarop woorden of plaatjes zijn gedrukt. Van al die bedrukte papieren samen kun je een boekje maken, waarin je bladert. Dat is net zoiets als swipen, alleen dan door zo’n papieren vel met twee vingers beet te pakken. Je kunt teksten lezen en plaatjes kijken.

 

Wist je dat er magazines gemaakt zijn over poezen? Dat er een magazine bestaat met de titel ‘Kutgitaar’? En dat er in Berlijn een magazine gemaakt wordt over één wijk, Der Wedding?

macguffincovefrontOp het symposium Print ‘Grafisch & Magazines’ in Zwolle ging het een dag lang over magazines. En omdat de enige spreker die zou spreken over online magazines ziek was, werd het een papieren feestje. De sprekers waren William van Giessen (williamvangiessen.nl), Robert Thieman (frameweb.com), Matthias Boswinkel (studioroom.nl), Kirsten Algera (macguffin.nl) en Marjolein Steinhage (geenbladvoordemond.nl).

Zijn magazines dood? Nee joh; print is alive & kicking. We hebben geen chronologisch verslag van het symposium (saai!), wel 7 leuke quotes.

 

1. ‘Inkt ruikt lekkerder dan pixels.’

En hij heeft gelijk. Een blad sla je open, je voelt het papier, kan je neus erin steken en de geur van inkt opsnuiven… Probeer dat maar ’s met je mobiel. Tuurlijk, online is powerful. Maar een blad heeft eigen charme. Een blad is een tastbaar podium en makkelijker te bewaren dan een webpagina.

 

2. ‘Ik weet niet wat het is, maar ik wil het hebben.’

Dát was wat de zustercoverjonge illustrators Anne en Eva Stalinski hoopten dat mensen zouden denken als ze hun blad zagen. ‘Zusters’ is hun magazine, zonder omlijnd concept, messcherpe invalshoek of vorm. Enige eis: je moet het willen hebben als je het ziet. Het klinkt vreemd maar sommige organisaties die een tijdschrift willen maken, verliezen precies dat nog weleens uit het oog. De ‘hebfactor’. Maak wat voor lezers fijn is om te lezen, niet wat fijn is om te vertellen!

 

 

3. ‘Maak geen blad voor ‘iedereen’, want dan is het voor ‘niemand.’

Wijze woorden van Robert Thieman, van het designblad Frame. Wij horen het ook nog weleens van klanten: “Eigenlijk is ‘iedereen’ onze doelgroep.” Tja. Dat is wel heel breed. Dan loop je het risico dat het een blad wordt zonder smoel, dat zich niet uitspreekt en daardoor ook niemand echt áánspreekt.

 

4. ‘We hadden geen idee…’thesexworker

Zo eerlijk reageerden Matthias Boswinkel en zijn collega’s bij Studio Room toen ze gevraagd werd een blad te maken voor sexwerkers. Nou zijn Room en Boswinkel niet de minsten (ze hebben tonnen ervaringen en al miljoenen Linda’s verkocht). Maar dit? Uhhh…. En wat doe je, als je geen idee hebt waar een blad voor sexwerkers over moet gaan? Je vraagt het ze zelf. 600.000 enquetes verstuurden ze, in 4 verschillende talen, ze nodigden de working girls en men uit en vergaderden en stelden vragen. Tot de bladenmakers wisten wat hun doelgroep wilde. Dan maak je een blad dat spot-on is!

 

5. ‘Een blad laat geen online sporen na.’

Juist het niet-online karakter van een papieren blad kan een voordeel zijn. Alle inhoud van The Sex Worker is anoniem, zowel de fotografie als de namen. Je kunt je voorstellen dat het belangrijk is dat je als sexwerker niet eeuwig terug te vinden bent op internet.

 

6. ‘Waarom een blad, doe het niet; het is duur en log.’

Dát is wat Room zegt als iemand een blad met ze wil maken. De manier om uit te vinden of een blad wel het juiste medium is. Want een magazine is geweldig, maar niet altijd het beste antwoord op de vraag.

 

7. ‘Wees redelijk, streef het onmogelijke na.’

Alweer de laatste. Van Matthias Boswinkel komt deze opruiende oproep om de beren op de weg te negeren en vast te houden aan je waanzinnige plan… Of: als je denkt, dit gaat niet lukken, dit kan écht niet, doe het dan toch!

Had je erbij willen zijn? Kijk dan op stichting print, want er komen nog meer leuke symposia!