Plek voor ideemakers

Bureau

Merkmakers & campagnebouwers

Plek

flex- & vergaderplekken

Café

koffie & boterhammen

Me zus is veel beter als jouw!

Omdat zoveel mensen zich irriteren aan het gebruik van ‘me’ als bezitterig voornaamwoord werd het uitverkozen tot het meest irritante woord van 2015.

Voor de oplettende lezer die zich alweer groen en geel zit te ergeren aan bovenstaande introzin: goed gezien, er staan 5 fouten in! En nee, we gaan ze niet één voor één verklappen. Maar we nemen wel een paar veel gemaakte taalfouten onder de loep. Even de schoolmeester uithangen…

 

Ik besef me, ik irriteer me
Groot nieuws: beseffen en irriteren zijn géén wederkerende werkwoorden, dus je schrijft NIET: ‘hij irriteert zich’ of ‘ik besef me’ of ‘wij irriteren ons’. De verwarring is wel logisch hoor. Dat komt door de aanverwante werkwoorden van beseffen en irriteren.

 

Het zit zo: ‘beseffen’ en ‘zich realiseren’ betekenen hetzelfde, maar heel geniepig is het ene werkwoord wederkerend en het andere niet.

Het is dus:

‘ik besef dat het al laat is’ en ‘ik realiseer me dat het al laat is’

Iets vergelijkbaars is er aan de hand bij ‘irriteren’ en ‘zich ergeren’. Je kunt ‘je’ niet ergens aan irriteren, hoe erg het je ook irriteert. Je kunt je wel ergens aan ergeren. Ben je er nog?

Het is dus:

‘ik erger me’, ‘iets irriteert me’ en ‘zij ergert zich’. Wat natuurlijk weer wel kan is: ‘zij ergert me’

 

Jou en jouw
Nog zo’n instinkertje. Wanneer is ‘jou’ nu met en wanneer is het zonder w? Het is eigenlijk simpel: als je ‘jou’ bezittelijk gebruikt en vóór een zelfstandig naamwoord schrijft, is het mét w. In alle andere gevallen is het zonder!

Het is dus:

‘ik hou van jou’ en ‘ik hou van jouw jas’ maar ook ‘ik hou jouw jas’. Hoewel dat laatste ethisch gezien natuurlijk weer niet kan.

 

Wanneer is dat wat en wat dat?
Zeg ’s eerlijk, klinkt het vreemd: ‘het meisje wat daar loopt’ of ‘het boek wat ik gelezen heb’? Zeg ja! De regel is natuurlijk dat je verwijst met ‘die’ of ‘dat’. Het is: ‘de man die’, ‘het meisje dat’ en ‘het huis dat’. Maar ‘wat’ als verwijswoord rukt op… Vooral bij onzijdige (‘het’-)woorden zie je steeds vaker ‘wat’ in plaats van dat.

En dat is vreemd. Er zijn namelijk maar een paar gevallen waarin je volgens de taaladviezen verwijst met ‘wat’:

  • bij de zelfstandig gebruikte overtreffende trap (‘het leukste wat ik ooit gedaan heb’)
  • bij onbepaalde woorden als ‘alles’, niets’ en ‘het enige’ (‘alles wat ik gedaan heb’)
  • na ‘dat’ (‘ik schep graag op over dat wat ik gedaan heb’)
  • als het verwijst naar een zin: (‘ik schep vaak op, wat veel mensen irritant vinden’)

Tot zover de Nederlandse les. Zit je nou zelf ook weleens te dubben over een lastige taalkwestie? Mail ons, in 9 van de 10 gevallen mailen we je direct een antwoord terug! (in het tiende geval moeten we het zelf eerst even opzoeken)